Verhaal

Portugees oorlogsschip

Een luchtige reis verandert in een tropisch avontuur vol humor, spanning en een vleugje karma; waar zelfs de natuur haar eigen plannen heeft.

07 Nov 2025
Curaçao
John L. Mountain

Portugees oorlogsschip

De natuur gaat haar eigen gang.

De twee motoren kwamen brullend tot leven. De piloot aan de linkerkant duwde de beide hendels verder naar voren. Hij keek naar rechts. De co-piloot legde zijn linkerhand op de zijne, en ze keken elkaar aan. Ik keek er met verbazing naar vanuit de passagiersruimte, maar veel tijd om er over na te denken kreeg ik niet. De Twin Otter van Divi Divi Air snelde over de landingsbaan. Mijn spanning nam toe. Vliegen is één ding, maar opstijgen en landen met zo’n toestel was even een nieuwe ervaring. Ik voelde een zweetdruppel langs mijn linkerslaap langzaam een weg naar beneden zoeken. Was er iets mis met het vliegtuig? Was het nodig om samen de gasthendel naar voren te duwen? Keken ze elkaar angstig aan? Binnen een paar tellen kwam het gevaarte los van de grond, en had ik het gevoel even in een achtbaan te zitten. Ik hield even mijn adem in, voelde dat het ding langzaam richting de blauwe hemel ging en blies zachtjes weer uit. Het toestel beklom rustig maar gestaag de hemel en zette vastberaden koers richting het prachtige eiland.

Het toestel vloog rustiger dan ik had verwacht. Na de eerste positieve ervaring durfde ik naar links te kijken en zag hoe een gezette dame haar voorhoofd depte met een papieren zakdoekje. De airco had het moeilijk, en de motoren draaiden alsof ze op de vlucht waren. De hele familie had - hoe zeg ik het netjes - het afgelopen jaar geen gebrek aan eten gehad. De dame draaide moeizaam in de wat oudere vliegtuigstoel naar rechts, maar zat behoorlijk klem. De vader van het gezin zat voor haar. Hij kletste wat met de kinderen voor hem en at wat popcorn. Hij dolde wat met zijn zoon in het Papiaments en ze schaterden het uit. Zijn buik schudde vrolijk mee. Ik glimlachte, maar had toch het idee dat de linkerkant wat overgewicht had. Het toestel had twee rijen stoelen, links en rechts, die dicht op elkaar stonden voor negentien passagiers, en een smalgangpad in het midden. Voorin zaten de twee piloten die je via de open deur aan het werk kon zien. Het geluid van de motoren overheerste. Praten ging wat moeilijk, maar je had in ieder geval geen gezeur over wie er aan het raamtje mocht zitten. 

Voor mijn gevoel helde de Twin Otter toch echt over naar links. Een beetje verbaasd keek ik door het raamtje naar de uitgestrekte Caribische Zee. Ja toch? Oh, een bocht. We namen op dat moment een bocht richting Bonaire. Ik schudde mijn hoofd om mijn eigen gedachten en glimlachte. De piloot trok het toestel weer recht en langzaam kwamen we op de juiste hoogte. We vlogen met een kruissnelheid van zo’n driehonderd kilometer per uur door het blauw beneden en het blauw aan de bovenkant. In de verte smolt het geheel samen tot één massa. Hier en daar een wolkje, als een sausje op een perfecte blauwe wereld.  

‘Portugees Oorlogsschip’, riep de vrouw plotseling naast me, terwijl ze op mijn arm tikte.

‘Wat?’, riep ik terug.

‘Een Portugees Oorlogsschip, daar moet je voor uitkijken, man.’ Ze lachte om mijn verbaasde blik.

Ze veegde nog eens over haar voorhoofd met het inmiddels verzadigde doekje. Ze sloeg haar ogen op naar de hemel en schudde haar hoofd. Ze riep nog iets wat ik niet kon verstaan, maar haar non-verbale houding begreep ik heel goed.

‘Domme toerist’, riep ik naar haar en wees naar mezelf. Zo voelde ik mij ook.

‘Ze kunnen meer dan vijftien meter lang zijn die blauwe tentakels’. Om haar verhaal kracht bij te zetten spreidde ze haar armen, trok een vies gezicht en maakte een gebaar alsof ze iets monsterachtig uit het water tilde. Haar triceps bewogen gevaarlijk heen en weer, ritmisch als de golven van de zee waar we overheen vlogen.

‘Een giftige kwal, een smerig beest met lange tentakels! Dat doet zeer, man. Echt zeer. Alsof je in brand staat!’, zei ze en ze rilde een beetje.

‘En kindjes, poeh, die trekken ze zo naar beneden’, en ze beeldde het uit met haar massieve armen en schudde weer haar hoofd. Ik knikte instemmend.

‘Bedank!’, riep ik nog, maar ze had haar aandacht al ergens anders en keek kwaad naar één van haar kinderen. Ze wees met een prachtig gekleurde nagel naar de schuldige om haar woorden kracht bij te zetten.

Ik draaide mijn hoofd weer bij. Daarbij keek ik plots in het serieuze gezicht van mijn dochter die in de stoel voor mij zat. 

‘Ga niet meer zwemmen.’, zei ze vastberaden terwijl ze met een betrokken gezicht naar de vrouw naast me keek.

‘Schatje, zal best meevallen, die komen we echt niet tegen. Er zitten geen grote beesten hier’, riep ik in haar oor. 

‘Alleen misschien een zeeschildpad, en die doen niks.’

Ze keek me aan met een uitdrukking: dat bepaal ik zelf wel, en bemoei je er niet mee. 

‘Beloofd?’, riep ze.

‘Beloofd!’, riep ik terug. Ze keek mij een ogenblik bedenkelijk aan en draaide zicht om. In het raamtje zag ik in de verte de groen-blauwe strook langs de kust van Bonaire. Fantastisch eiland toch, Divers’ Paradise. Ik had er zin in, ging er van genieten en niets hield mij tegen.

- -


‘Papa!’, hoorde ik haar roepen.

‘Kijk, waar is iedereen?’, en ze wees met haar vinger naar de blauwturkooise baai. Ik keek naar het prachtige stukje paradijs op aarde: een groenblauwe lagune, helder water, vissen die voorbij trokken, wit strand en een blauwe lucht met Hollandse wolken. Dit was een fantastische plek om mijn oude hobby nieuw leven in te blazen. De temperatuur was, zoals bijna altijd, dertig graden en het water was gemiddeld negenentwintig graden in deze periode van het jaar. 

Wat was dit een tegenstelling met vroeger. Ik zie mezelf nog ploeteren door wind, regen en het karretje achter de fiets waar de surfplank op lag. Vastberaden onderweg naar één van de zwemgaten in de omgeving, bibberend van de kou; handdoek, wetsuit en een trommeltje met drie boterhammen onder mijn snelbinders. 

Het duurde even voordat ik het door had. Geen kleurige zeiltjes van de windsurfers, geen peddelaars, geen zwemmers, geen enkele toerist. Het was er leeg. Er was geen mens meer te bekennen. Verbaast keek ik naar mijn uitzicht, prachtig, maar toch bijzonder. Stilte. Welke datum was het? Wat had ik gemist? 

We waren een dag eerder het eiland rond gereden met de Ford 4x4 pickup van het autoverhuur bedrijf.  Vanuit Kralendijk waren we langs de kust gereden voorbij de zoutpannen, de Red Slave-huisjes en daarna via de Willemstoren Lighthouse langs de kust omhoog gereden naar Sorobon en Lac Cai Beach. Een groot deel ondiep water, altijd wind, waar je in het heldere warm blauwe water prachtig kan surfen. En als je geluk hebt zwemmen de zeeschildpadden met je mee. Het is één van de beste plekken te wereld.

‘Euh’, zei ik. ‘geen idee’  en schudde mijn hoofd vol verbazing. Hoe kunnen ze een volledige recreatiegebied afsluiten? Verontrustend.

‘Kom’, zei ik tegen haar. Ik liep om de palmbomen naar één van de kleurige windsurfcentra waar ik een surfplank gehuurd had. Onder de overkapping zaten wat locals met stoeltjes op het strand te kijken naar het water. Ik melde mij bij de baliemedewerker.

‘Bon dia, goedemorgen’, begon ik, ‘wat is..’,

‘Kan niet vandaag’, onderbrak de man mij op het moment dat ik begon te praten. Ik was blijkbaar niet de eerste.

‘Ze hebben hem hier gezien, hier’, de man knikte serieus, nam zijn zonnebril af, wees naar het water en duidde met zijn armen iets groots aan.

Op dat moment zag ik plotsklaps het beeld van de grote vrouw in het vliegtuig weer voor me. 

‘Aha, een Portugees Oorlogschip?’, zei ik.

Hij keek me een ogenblik aan en leek mij in de schatten wat ik wel of niet wist of dat ik hem voor de gek hield. En hij riep iets wat ik niet verstond. Ik keek hem vragend aan.

‘Heb je radio niet gehoord?’, zei hij en hij schudde zijn hoofd bedenkelijk.

‘Nee sorry’, ik was nu nog meer in verwarring.

‘Een krokodil’, zei hij vervolgens en keek nogmaals bezorgd naar het water met zijn rechterhand boven zijn ogen en in zijn linkerhand een Brasa. 

‘Een krokodil?’, herhaalde ik schaapachtig.

‘Een krokodil’, zei vervolgens mijn dochter naast me met een kwaad gezicht.

Ik keek haar aan.

‘Liefje’.

‘Nee, je had het beloofd, geen grote beesten’, zei ze met een uitdrukking op haar gezicht van;  ik geloof je nóóit weer.

‘In ieder geval geen kwallen met langer tentakels’, probeerde ik nog, maar ze draaide zich driftig om en liep weg. Dit kwam niet meer goed deze vakantie.

- -

We stonden weer aan het begin van de landingsbaan. De beide piloten keken naar elkaar en ze legden zoals eerder hun handen weer op elkaar.  Ze duwden de gasthendel naar voren. Met een geraas, maar zonder twijfel, steeg het vliegtuig op richting Curaçao. Ik keek naar hun handen. Een bijna intiem gebaar, maar veiligheid boven alles had ik inmiddels geleerd.

Het jonge mannetje was zo’n tweeënhalve meter lang geweest. Hoelang worden ze als ze volwassen zijn? Ik huiverde enigszins en voelde in gedachten al wat aan mijn been knagen tijdens het snorkelen. Een opgepeuzelde toerist is natuurlijk geen reclame, ze hadden haast gemaakt. Ze hadden met man en macht intensief naar de krokodil gezocht met drones, boten, netten en hadden hem uiteindelijk gevonden. Waarschijnlijk had het beest de overtocht gemaakt vanuit Venezuela. Helaas ging de immigrant dood door de stress na een aantal dagen in gevangenschap. 

‘Nog één gezien?’, riep iemand naast me. Ik keek naar links en zag tot mijn verrassing dezelfde Antiliaanse vrouw van de heenreis glimlachend, maar al puffend, naast mij zitten. Het doekje kwam al weer te voorschijn.

‘Nee, wel een krokodil’, riep ik terug.

Nu was het haar beurt om een onnozel gezicht te trekken. Daar genoot ik wel van moest ik toegeven.

‘Niet gehoord? Was wel drie meter lang.’, vervolgde ik en maakte ondertussen overdreven wijdse gebaren. 

Ik zag aan haar gezicht dat ze mij niet geloofde. Ik viste mijn mobiel uit mijn rugtas en liet haar het nieuws zien.

Al hoofdschuddend las ze het verhaal.

‘Karma’, zei ze, ‘Natur ta Hasi su kos. De natuur gaat haar eigen gang. Die kent geen grenzen.’

Ik knikte instemmend. Zo was het.

Tags
Avontuur
Verhaal
Natuur
Strand
Snorkelen
Bijgewerkt op :

Veelgestelde vragen over

Portugees oorlogsschip

Zijn er krokodillen op Bonaire?
SVG pijl naar beneden

Nee, normaal gesproken komen er geen krokodillen voor op Bonaire. Het voorval waar in het verhaal naar wordt verwezen was uitzonderlijk en ging om een verdwaalde krokodil die vermoedelijk vanuit Venezuela was overgezwommen. Het dier werd snel gevangen.

Wat is een Portugees oorlogsschip eigenlijk?
SVG pijl naar beneden

Een Portugees oorlogsschip is geen schip, maar een gevaarlijke kwalachtige (siphonophore) die voorkomt in tropische en subtropische oceanen. De lange tentakels kunnen pijnlijk steken, vergelijkbaar met brandnetels, maar veel krachtiger.

Is vliegen met een Twin Otter veilig?
SVG pijl naar beneden

Ja, de Twin Otter staat bekend als een betrouwbaar vliegtuig voor korte eilandvluchten. De toestellen worden veel gebruikt in de Cariben, op de Malediven en in Canada. Ze zijn gebouwd voor korte start- en landingsbanen en worden goed onderhouden.

Gerelateerde Inspiraties

Gerelateerde Inspiraties

Gerelateerde Inspiraties